Algemene regels.
Aantal schijven.
Er kan naar keuze met 10, 20 of 30 schijven gespeeld worden.
Wanneer is een schijf binnen?
Een schijf is binnen als hij de voorkant van de genummerde balk helemaal gepasseerd is.
Stapelen.
De schijven die in de vakken komen mogen tijdens het sjoelen niet gestapeld of met de handen aangeraakt worden. Pas nadat alle schijven gegooid zijn, mag men dfe schijven in de vakken opstapelen en de overige schijven opnieuw gooien.
Puntentelling / spelsoorten.
Bij alle spelsoorten speelt men met 10, 20 of 30 schijven. De volgende manieren van spelen en puntentelling zijn mogelijk:
A) U telt het aantal schijven maal het aantal punten van het vak waarin ze liggen.
B) Het zogenaamde dubbeltellen: indien u in elk vak 1 schijf heeft scoort u 20 punten, bij 2 schijven in elk vak 40 punten, bij 3 schijven 60 punten etc. De schijven die extra in een vak liggen tellen dan normaal voor het aantal punten dat op het vak staat aangegeven. Voorbeeld: in elk vak liggen minstens 4 schijven, maar in vak 2 en vier ligt een schijf extra. De telling wordt dan 4*20=80 plus 2 plus 4 is 86 punten totaal.
-Bij officiele wedstrijden.
C) Na de eerste en tweede beurt gooit de speler de niet in de vakkn geraakte schijven opnieuw (3* gooien). Na de derde beurt worden de punten geteld op de manier als bij B) omschreven.
D) Bij dit spelsoort is de winnaar degene die het grootste aan schijven in de vakken werpt.
E) Bij dit spelsoort is de winnaar degene die in het minste aantal beurten alle schijven in de vakken heeft gegooid.
